534.000+ vragen in de database 215 speurtochten beschikbaar Binnen 1 minuut je eigen speurtocht maken Geschikt voor alle leeftijden Altijd gratis - tenzij je als maker een prijs voor deelnemers instelt

Zinsontleding speurtocht

Maak grammatica levendig met onze zinsontleding speurtochten! Terwijl je door de stad wandelt, los je grammatica-puzzels op en ontdek je de fascinerende wereld van zinsbouw. Van onderwerp en gezegde tot bijwoordelijke bepalingen - leer spelenderwijs de Nederlandse taal kennen.

Stap 1 van 3 Gratis, dat kost je dus niks! Serieus!

Daarna kies je de locatie(s) en selecteer je (eigen) vragen. In totaal 534.072 vragen om uit te kiezen.

2 dagen geleden gemaakt: Enkhuizen city walk in Enkhuizen

Zinsontleding speurtocht - GPS-speurtocht Taal

taal speurtochten

Nog geen speurtochten beschikbaar

Er zijn nog geen speurtochten voor dit onderwerp. Wees de eerste!

Maak als eerste een taal speurtocht

Deze week uitgelicht: voorbeeldvragen voor Zinsontleding

Elke maandag nieuwe voorbeeldvragen uit de bibliotheek. Bijgewerkt op 12 oktober 2026.

Hoe is de citroen in: 'De citroen is zuur'?
zuur zoet warm koud
Wie slaapt er in deze zin: 'Het kindje slaapt zacht'?
kindje slaapt zacht mama
Over wat gaat: 'De fiets is kapot'?
de fiets de auto de bal het boek
Wat doet de kat in deze zin: 'De kat slaapt'?
slaapt kat de loopt
Welk woord is een werkwoord in: 'Opa lacht'?
lacht Opa hard vrolijk
Wat eet het konijn in deze zin: 'Het konijn eet een wortel'?
wortel konijn eet gras
Wat doet papa in deze zin: 'Papa leest een boek'?
leest boek papa schrijft
Wat heeft Kees in deze zin: 'Kees heeft blauwe ogen'?
blauwe ogen Kees heeft groene oren
Maak een zinsontleding speurtocht voor 3-4 jaar
Wat doet de vis in: 'De vis zwemt diep'?
zwemt vis diep loopt
Waar vliegt de vlinder in: 'De vlinder vliegt naar de bloem'?
naar de bloem vlinder vliegt naar huis
Wat eet de olifant in: 'De olifant eet bananen'?
bananen de olifant appels eet
Wat doet de pen in: 'De pen schrijft blauw'?
schrijft de pen blauw ligt
Wie tekent in: 'Saar tekent een huis'?
Saar tekent huis Jan
Wie rijdt in de auto in: 'Opa rijdt in de auto'?
opa auto rijdt oma
Wat wast papa in: 'Papa wast de auto'?
de auto papa wast fiets
Wie huilt in de zin: 'Het kind huilt luid'?
het kind huilt luid mama
Maak een zinsontleding speurtocht voor 5-6 jaar
Wat is het werkwoord in: 'Het konijn huppelt vrolijk'?
huppelt konijn vrolijk het
Wat doet de wind in: 'De wind waait hard'?
waait regent sneeuwt schijnt
Wat is het werkwoord in: 'Wij zwemmen in het zwembad'?
zwemmen wij zwembad in
Hoeveel woorden heeft deze zin: 'De zon schijnt'?
3 2 4 5
Welk woord is het onderwerp in: 'Mijn zus tekent'?
mijn zus tekent mijn zus
Wat is het werkwoord in: 'Pap leest de krant'?
leest pap krant de
Wat is het eerste woord van deze zin: 'Grote olifanten lopen langzaam'?
grote olifanten lopen langzaam
Welk woord geeft de kleur aan in: 'Groene bladeren'?
groene bladeren groene bladeren blad
Maak een zinsontleding speurtocht voor 7-8 jaar
Welke zin heeft GEEN bijwoordelijke bepaling?
Mijn zus huilt. Gisteren was ik ziek. We spelen buiten. Hij loopt snel.
Wat voor soort zin is: 'Mag ik een glaasje water?'?
vraagzin bevelzin bewering uitroepzin
Wat is 'op haar kamer' in: 'Lisa speelt op haar kamer'?
bijwoordelijke bepaling van plaats onderwerp gezegde lijdend voorwerp
Hoeveel onderwerpen heeft deze zin: 'Jan en Piet maken samen huiswerk'?
2 1 3
Welk deel is het gezegde in: 'De kat heeft de muis gevangen'?
heeft gevangen De kat de muis gevangen
Wat is het onderwerp in: 'Alle kinderen in de klas maken hun huiswerk'?
Alle kinderen in de klas maken hun huiswerk kinderen
Welk zinsdeel geeft aan HOE iets gebeurt?
bijwoordelijke bepaling van wijze bijwoordelijke bepaling van tijd bijwoordelijke bepaling van plaats onderwerp
Hoeveel zinsdelen heeft: 'Wij eten'?
2 1 3 4
Maak een zinsontleding speurtocht voor 9-10 jaar
Welk zinsdeel is 'door de storm' in de zin: 'De boom viel door de storm om'?
bijwoordelijke bepaling van oorzaak onderwerp lijdend voorwerp gezegde
Wat voor zinsdeel is 'vanwege de regen' in: 'Het uitje gaat niet door vanwege de regen'?
bijwoordelijke bepaling van oorzaak lijdend voorwerp voorzetselvoorwerp bijwoordelijke bepaling van plaats
Welke zin heeft een passieve vorm?
Het huis wordt geschilderd De schilder schildert het huis Het huis is mooi Wij kijken naar het huis
Wat is het onderwerp in de zin: 'De rode auto rijdt snel door de straat'?
De rode auto rijdt snel door de straat snel
Welk woord is de bepaling bij het onderwerp in: 'Alle leerlingen maken hun huiswerk'?
alle leerlingen hun maken
Wat is het meewerkend voorwerp in de zin: 'Ik vertel mijn broer een verhaal'?
mijn broer Ik een verhaal vertel
In welke zin is 'gelukkig' een bijwoord?
Gelukkig ben ik niet te laat. Ik ben heel gelukkig. Een gelukkig kind lacht veel. Het gelukkige meisje zingt.
Wat voor zinsdeel is 'door de regen' in: 'Het gras wordt door de regen groen'?
bijwoordelijke bepaling van oorzaak lijdend voorwerp onderwerp voorzetselvoorwerp
Maak een zinsontleding speurtocht voor 11-12 jaar
In de zin 'Wegens ziekte kan hij niet komen' is 'wegens ziekte':
Bijwoordelijke bepaling van oorzaak Onderwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling van tijd
Welk zinsdeel is 'haar zusje' in de zin 'Zij geeft haar zusje een cadeautje'?
Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Onderwerp Bijwoordelijke bepaling
In welke zin staat een bijwoordelijke bepaling van middel?
Hij gaat met de trein naar Amsterdam Hij gaat naar Amsterdam Hij gaat snel naar Amsterdam Hij gaat morgen naar Amsterdam
Wat voor zinsdeel is 'heel aardig' in de zin 'Mijn buurman is heel aardig'?
Naamwoordelijk deel van het gezegde Bijwoordelijke bepaling Bijvoeglijke bepaling Lijdend voorwerp
Wat voor bijzin is 'dat hij geen tijd had' in: 'Hij zei dat hij geen tijd had'?
lijdend voorwerp bijzin onderwerp bijzin bijwoordelijke bijzin betrekkelijke bijzin
Wat voor zinsdeel is 'vol water' in: 'Het glas staat vol water'?
naamwoordelijk deel van het gezegde lijdend voorwerp bijwoordelijke bepaling voorzetselvoorwerp
In welke zin staat een bijwoordelijke bepaling van voorwaarde?
Bij mooi weer gaan we picknicken We gaan picknicken in het park We gaan morgen picknicken We gaan graag picknicken
In de zin 'Morgen ga ik vroeg naar bed' - wat is 'morgen'?
bijwoordelijke bepaling van tijd onderwerp lijdend voorwerp persoonsvorm
Maak een zinsontleding speurtocht voor 13-14 jaar
Wat voor zinsdeel is 'met een hamer' in: 'Hij sloeg de spijker met een hamer in de muur'?
bijwoordelijke bepaling van middel lijdend voorwerp meewerkend voorwerp bijwoordelijke bepaling van plaats
In de zin 'Waar hij woont, weet ik niet' is 'Waar hij woont' een:
onderwerpzin voorwerpzin bijwoordelijke bijzin betrekkelijke bijzin
Wat voor soort zin is: 'Ga je morgen mee naar de bioscoop?'?
vraagzin mededelende zin bevelzin uitroepzin
Welke zin bevat een directe rede?
Hij zei: 'Ik kom morgen' Hij zei dat hij morgen komt Hij komt morgen, zei hij Volgens hem komt hij morgen
Wat is de functie van 'in de tuin' in 'De kinderen spelen in de tuin'?
bijwoordelijke bepaling van plaats lijdend voorwerp meewerkend voorwerp voorzetselvoorwerp
Wat is 'kapitein' in de zin 'Zij kozen hem tot kapitein'?
voorzetselvoorwerp lijdend voorwerp naamwoordelijk deel van het gezegde bijvoeglijke bepaling
In welke zin staat een bijwoordelijke bijzin van tegenstelling?
Hoewel het regende, gingen we wandelen. Omdat het regende, bleven we binnen. Toen het regende, gingen we naar binnen. Als het regent, blijven we binnen.
Wat is de functie van 'omdat het regende' in: 'We bleven binnen omdat het regende'?
bijwoordelijke bijzin van reden bijwoordelijke bijzin van tijd bijvoeglijke bijzin hoofdzin
Maak een zinsontleding speurtocht voor 15-16 jaar
Wat is de functie van 'mijn broer' in 'Ik heb mijn broer een brief geschreven'?
Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Onderwerp Bijvoeglijke bepaling
In welke zin is 'burgemeester' een naamwoordelijk deel van het gezegde?
Hij wordt burgemeester De burgemeester komt Hij ontmoet de burgemeester De nieuwe burgemeester spreekt
Wat is de functie van 'ondanks de regen' in: 'Ondanks de regen gaan we wandelen'?
Bijwoordelijke bepaling van tegenstelling Bijwoordelijke bepaling van reden Bijwoordelijke bepaling van tijd Onderwerp
In 'Hoewel hij ziek was, kwam hij toch' is 'Hoewel hij ziek was' een:
Bijwoordelijke bijzin van tegenstelling Bijvoeglijke bijzin Zelfstandignaamwoordelijke bijzin Bijwoordelijke bijzin van oorzaak
Wat is de functie van 'wie er gewonnen heeft' in: 'Ik weet niet wie er gewonnen heeft'?
Lijdend voorwerp Onderwerp Bijwoordelijke bepaling Gezegde
Welke zin bevat een onbepaalde wijs (infinitief)?
Hij wil komen Hij komt Hij kwam Komt hij?
In 'Hij loopt alsof hij haast heeft' is 'alsof hij haast heeft' een:
Bijwoordelijke bijzin van vergelijking Bijvoeglijke bijzin Zelfstandignaamwoordelijke bijzin Bijwoordelijke bijzin van wijze
Wat is de functie van 'met een hamer' in: 'Hij slaat de spijker met een hamer'?
Bijwoordelijke bepaling van middel Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Bijwoordelijke bepaling van plaats
Maak een zinsontleding speurtocht voor 17-18 jaar
In de zin 'De hond die gisteren ontsnapte, werd door de buren gevonden' - wat is de functie van 'die gisteren ontsnapte'?
Bijvoeglijke bijzin Bijwoordelijke bijzin Zelfstandige naamwoordzin Voorzetseluitdrukking
Wat is het werkwoordelijk deel van het gezegde in 'Zij heeft het boek gelezen'?
heeft gelezen heeft gelezen het boek gelezen
In 'Lopend naar huis dacht hij na' is 'lopend naar huis' een:
Absolute constructie Bijwoordelijke bepaling van plaats Onderwerp Lijdend voorwerp
Welke zin bevat een reflexief pronomen?
Hij ziet mij Zij wast zich Wij helpen hen Jullie kennen ons
Wat voor soort zinsdeel is 'Maria' in de zin 'Ik geef Maria een boek'?
Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Onderwerp Naamwoordelijk deel van het gezegde
Wat is de functie van 'dat boek' in 'Ik lees dat boek graag'?
Lijdend voorwerp Onderwerp Meewerkend voorwerp Bijwoordelijke bepaling
Wat is 'boven de wolken' in 'Het vliegtuig vliegt boven de wolken'?
Bijwoordelijke bepaling van plaats Lijdend voorwerp Naamwoordelijk deel Bijvoeglijke bepaling
Wat is het verschil tussen een hoofdzin en een bijzin?
Een hoofdzin kan alleen staan, een bijzin niet Een hoofdzin heeft geen onderwerp Een bijzin heeft geen werkwoord Er is geen verschil
Maak een zinsontleding speurtocht voor 18+ jaar

Hoe werkt het?

1

Maak speurtocht

Kies een categorie, leeftijd en locatie. Selecteer uit 534.072 vragen in 21 categorieen en maak binnen een minuut een complete speurtocht.

2

Deel speurtocht

Deel de speurtocht via een link of QR-code met vrienden, leerlingen of collega's.

3

Doe de speurtocht

Open de speurtocht op je telefoon, volg de route en beantwoord de vragen onderweg.

Maak je eigen speurtocht

Binnen een minuut een complete GPS-speurtocht met vragen en antwoorden. Gratis!

Gratis aanmelden

Andere Taal onderwerpen

Veelgestelde vragen

Een Zinsontleding speurtocht is een GPS-gestuurde buitenactiviteit met quizvragen over het onderwerp Zinsontleding, onderdeel van het thema Taal. Je loopt een route langs verschillende locaties en beantwoordt onderweg leuke vragen.

Er zijn 1512 vragen beschikbaar over Zinsontleding: 1512 meerkeuze vragen, 0 open vragen en 0 opdrachten. In totaal heeft de categorie Taal meer dan 38959 vragen.

Er zijn Zinsontleding vragen voor alle leeftijden: van 3-5 jaar (kleuters) tot 20+ (volwassenen). De vragen worden automatisch aangepast aan het gekozen niveau.

Ga naar oppatt.io, maak een gratis account aan, kies het thema Taal en selecteer Zinsontleding als onderwerp. Kies een leeftijdscategorie en locatie, en je hebt binnen een minuut een complete speurtocht.