Een speurtocht maakt de omgeving van je camping, vakantiehuis of stadje meteen bekend terrein. Je zet hem in een kwartier op met je telefoon en de opdrachten doe je met wat je bij je hebt.
Op vakantie is alles nieuw: de camping, het dorp, het strand. Een speurtocht is een manier om die omgeving met kinderen te verkennen zonder dat het een saaie wandeling wordt. Je hebt alleen een telefoon nodig en iets om mee te schrijven; de opdrachten gebruiken wat je toch al bij je hebt, zoals een handdoek, een zonnehoed of kleingeld. Kies punten die kinderen daarna zelf terug kunnen vinden, zoals de weg naar het toiletgebouw of de ijssalon. Let bij warm weer op schaduw en drinkwater, en plan de tocht in de ochtend of aan het einde van de middag.
| Groepsgrootte | 2-8 kinderen |
|---|---|
| Duur | 30-60 minuten |
| Leeftijd | 5-12 jaar |
| Waar | camping, vakantiehuis, dorp of strand |
| Voorbereiding | 15-30 minuten |
| Nr. | Opdracht | Zo werkt het |
|---|---|---|
| 1 | Nummerbordenjacht | Bij de parkeerplaats of de ingang van de camping zoeken de spelers auto's uit drie verschillende landen en noteren de landcodes. Bonuspunt voor een land dat verder weg ligt dan het eigen vakantieland. |
| 2 | Woord in een andere taal | Bij een bord, menukaart of winkelraam schrijven de spelers een woord over dat ze niet kennen en raden wat het betekent. Thuis of bij de receptie checken ze of het klopt. |
| 3 | Stappen naar het water | Vanaf een vast punt, zoals een strandpaal of steiger, schatten de spelers hoeveel stappen het is tot de waterlijn. Daarna tellen ze het na en schrijven het verschil op. |
| 4 | Schaduwfoto | Op een open plek maken de spelers een foto van hun schaduw in een vorm die bij de vakantie past, zoals een ijsje, een golf of een tent. Iedereen moet meedoen in de foto. |
| 5 | Prijzenraadsel bij de winkel | Voor de supermarkt of kiosk raden de spelers wat een fles water, een ijsje en een brood kosten. Wie het dichtst bij zit, mag het ijsje uitkiezen. |
| 6 | Handdoekestafette | Bij het grasveld of de speeltuin leggen de spelers een handdoek als startlijn neer en rennen om beurten naar een boom en terug met een slipper op het hoofd. Valt de slipper, dan begin je opnieuw. |
| 7 | Vijf dingen die thuis niet zijn | Bij een uitzichtpunt of plein noemen de spelers vijf dingen die ze hier zien en thuis niet, zoals een ander soort boom, een bord of een gebouw. Ze schrijven ze op of maken er een foto van. |
| 8 | Geluiden van de camping | Op een bankje sluiten de spelers een minuut lang de ogen en noteren alle geluiden die ze horen. Wie de meeste verschillende geluiden heeft, kiest de volgende route. |