534.000+ vragen in de database 210 speurtochten beschikbaar Binnen 1 minuut je eigen speurtocht maken Geschikt voor alle leeftijden Altijd gratis - tenzij je als maker een prijs voor deelnemers instelt

Zinsontleding speurtocht

Maak grammatica levendig met onze zinsontleding speurtochten! Terwijl je door de stad wandelt, los je grammatica-puzzels op en ontdek je de fascinerende wereld van zinsbouw. Van onderwerp en gezegde tot bijwoordelijke bepalingen - leer spelenderwijs de Nederlandse taal kennen.

Stap 1 van 3 Gratis, dat kost je dus niks! Serieus!

Daarna kies je de locatie(s) en selecteer je (eigen) vragen. In totaal 534.072 vragen om uit te kiezen.

Vandaag gemaakt: speutoch duin in Almere

Zinsontleding speurtocht - GPS-speurtocht Taal

taal speurtochten

Nog geen speurtochten beschikbaar

Er zijn nog geen speurtochten voor dit onderwerp. Wees de eerste!

Maak als eerste een taal speurtocht

Deze week uitgelicht: voorbeeldvragen voor Zinsontleding

Elke maandag nieuwe voorbeeldvragen uit de bibliotheek. Bijgewerkt op 5 oktober 2026.

Hoe is de appel in: 'De appel is rood'?
rood blauw zwart paars
Wat doet oma in deze zin: 'Oma bakt koekjes'?
bakt koekjes oma eet
Wat doet de olifant in: 'De olifant loopt'?
loopt vliegt zwemt klimt
Wie zingt in: 'De zus zingt'?
de zus de broer de kat de hond
Waar staat de boom in deze zin: 'De boom staat buiten'?
buiten boom staat binnen
Welk woord is een werkwoord in: 'Het kind slaapt'?
slaapt kind het rustig
Wat doet de kat in deze zin: 'De kat slaapt'?
slaapt kat de loopt
Wie huilt in: 'De baby huilt'?
de baby mama papa de hond
Maak een zinsontleding speurtocht voor 3-4 jaar
Wat eet het konijn in: 'Het konijn eet wortels'?
wortels het konijn kaas eet
Wat doet de klok in: 'De klok tikt luid'?
tikt de klok luid staat
Wie praat in de zin: 'Juf praat lief'?
juf praat lief meester
Hoe waait de wind in: 'De wind waait zacht'?
zacht wind waait hard
Waar gebeurt het in deze zin: 'De hond speelt in de tuin'?
in de tuin de hond speelt in de keuken
Wat doet de bal in: 'De bal rolt weg'?
rolt de bal weg ligt
Waar hangt het schilderij in: 'Het schilderij hangt aan de muur'?
aan de muur schilderij hangt op de grond
Wie wast de auto in: 'Papa wast de auto'?
papa wast auto oma
Maak een zinsontleding speurtocht voor 5-6 jaar
Wat staat er achteraan deze zin: 'De bloemen zijn mooi'?
een punt een vraagteken een komma een uitroepteken
Welk woord geeft de kleur aan in: 'Groene bladeren'?
groene bladeren groene bladeren blad
Wat is het werkwoord in: 'Oma bakt koekjes'?
bakt oma koekjes oma bakt
Welk woord is het werkwoord in: 'Papa leest een boek'?
leest papa boek een
Wat is het onderwerp in: 'Onze juf leest voor'?
onze juf leest voor juf
Wat koopt mama in: 'Mama koopt nieuwe schoenen'?
nieuwe schoenen mama koopt nieuwe
Welk woord is het werkwoord in deze zin: 'Piet eet een appel'?
eet Piet appel een
Wat is het werkwoord in: 'De kinderen spelen buiten'?
spelen kinderen buiten de
Maak een zinsontleding speurtocht voor 7-8 jaar
Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord in: 'De kleine kat slaapt rustig'?
kleine kat slaapt rustig
Welke vraag stel je om het lijdend voorwerp te vinden?
onderwerp + gezegde + wie of wat? wie of wat + gezegde? waar + gezegde? wanneer + gezegde?
Wat voor soort zin is: 'Kom hier!'?
bevelzin vraagzin uitroepzin bewering
Welk woord is het bijwoord in: 'Papa rijdt voorzichtig naar zijn werk'?
voorzichtig Papa rijdt werk
Wat is het onderwerp in: 'Lezen doe ik graag'?
ik Lezen doe graag
Welk zinsdeel beantwoordt de vraag 'waar'?
bijwoordelijke bepaling van plaats bijwoordelijke bepaling van tijd onderwerp gezegde
Hoeveel lijdende voorwerpen staan er in: 'Ik koop brood en melk'?
2 1 3
Wat is het gezegde in: 'Wij zijn blij'?
zijn Wij blij zijn blij
Maak een zinsontleding speurtocht voor 9-10 jaar
Welk zinsdeel is 'zeer voorzichtig' in de zin: 'De kat sluipt zeer voorzichtig naar de vogel'?
bijwoordelijke bepaling van wijze onderwerp lijdend voorwerp bijvoeglijke bepaling
Wat is de bijvoeglijke bepaling in de zin: 'De kleine muis eet kaas'?
kleine De muis kaas
Wat is het naamwoordelijk deel van het gezegde in de zin: 'De leraar is erg aardig'?
erg aardig De leraar is aardig
In welke zin is 'heel vlug' een bijwoordelijke bepaling van wijze?
Hij fietst heel vlug naar school Heel vlug regent het De heel vlugge jongen rent Hij is heel vlug
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: 'Moeder bakt elke zondag pannenkoeken'?
pannenkoeken Moeder elke zondag bakt
Wat is het lijdend voorwerp in: 'De postbode brengt ons een pakje'?
een pakje de postbode ons brengt
Welk zinsdeel is 'in de tuin' in de zin: 'De kinderen spelen vrolijk in de tuin'?
bijwoordelijke bepaling van plaats lijdend voorwerp onderwerp bijvoeglijke bepaling
Welk zinsdeel is 'met grote belangstelling' in de zin: 'Iedereen luistert met grote belangstelling'?
bijwoordelijke bepaling van wijze onderwerp lijdend voorwerp gezegde
Maak een zinsontleding speurtocht voor 11-12 jaar
Welke zin bevat een samengesteld gezegde?
Hij kan goed zwemmen Hij zwemt elke dag Het water is koud Zij rent naar het zwembad
Wat voor zinsdeel is 'mijn vader' in de zin 'Ik help mijn vader met klussen'?
Lijdend voorwerp Onderwerp Meewerkend voorwerp Bijwoordelijke bepaling
In de zin 'Hij wordt door iedereen gewaardeerd' - wat is 'door iedereen'?
bijwoordelijke bepaling van handeling lijdend voorwerp meewerkend voorwerp voorzetselvoorwerp
Wat is het onderwerp in de vraagzin 'Waar hebben jullie geluncht?'
jullie waar hebben geluncht
Wat voor bijzin is 'dat hij geen tijd had' in: 'Hij zei dat hij geen tijd had'?
lijdend voorwerp bijzin onderwerp bijzin bijwoordelijke bijzin betrekkelijke bijzin
Wat is het onderwerp in de zin 'Hebben de kinderen hun huiswerk gemaakt?'
de kinderen hebben hun huiswerk gemaakt
In de zin 'De kat springt op de tafel' is 'op de tafel' een:
Bijwoordelijke bepaling van plaats Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk deel van het gezegde
In de zin 'Tussen de bomen staat een huis' is 'tussen de bomen':
Bijwoordelijke bepaling van plaats Onderwerp Lijdend voorwerp Bijvoeglijke bepaling
Maak een zinsontleding speurtocht voor 13-14 jaar
Welk zinsdeel is 'in de tuin' in: 'De kinderen spelen vrolijk in de tuin'?
bijwoordelijke bepaling van plaats lijdend voorwerp bijwoordelijke bepaling van wijze naamwoordelijke bepaling
Wat voor soort bijzin is 'waar hij woont' in: 'Ik weet waar hij woont'?
zelfstandige naamwoordzin (lijdend voorwerp) bijvoeglijke bijzin bijwoordelijke bijzin van plaats hoofdzin
In welke zin staat een dubbel lijdend voorwerp?
Hij noemt hem een dief Hij geeft hem geld Hij koopt een boek en een pen Hij ziet hem en haar
Welk zinsdeel is 'van schrik' in: 'Hij viel van schrik van zijn fiets'?
bijwoordelijke bepaling van oorzaak bijwoordelijke bepaling van wijze lijdend voorwerp meewerkend voorwerp
Wat is de functie van 'dat hij ziek was' in: 'Hij vertelde dat hij ziek was'?
lijdend voorwerp (zelfstandige naamwoordzin) bijwoordelijke bijzin van reden bijvoeglijke bijzin meewerkend voorwerp
Wat is de functie van 'wie dat was' in: 'Ik vraag me af wie dat was'?
lijdend voorwerp (zelfstandige naamwoordzin) onderwerp bijvoeglijke bijzin bijwoordelijke bijzin
In welke zin is 'snel' een bijwoordelijke bepaling?
Hij fietst snel naar school. Hij heeft een snelle fiets. De snelle fietser won de race. Zijn fiets is snel.
Welke functie heeft 'waarom je wegliep' in: 'Ik begrijp niet waarom je wegliep'?
lijdend voorwerp (zelfstandige naamwoordzin) bijwoordelijke bijzin van reden bijvoeglijke bijzin onderwerp
Maak een zinsontleding speurtocht voor 15-16 jaar
In welke zin staat het hulpwerkwoord op de verkeerde plaats?
Gisteren ik heb gelopen Gisteren heb ik gelopen Ik heb gisteren gelopen Heb ik gisteren gelopen?
Wat is de functie van 'ondanks de regen' in 'Ondanks de regen gingen we wandelen'?
Bijwoordelijke bepaling van tegenstelling Onderwerp Lijdend voorwerp Bijvoeglijke bepaling
Welke zin bevat een beknopte bijzin?
Door hard te werken behaalde zij goede cijfers. Zij behaalde goede cijfers omdat ze hard werkte. Terwijl zij hard werkte, behaalde ze goede cijfers. Dat zij goede cijfers behaalde, was bekend.
In 'Als het regent, blijf ik binnen' is 'Als het regent' een:
Bijwoordelijke bijzin van voorwaarde Bijwoordelijke bijzin van tijd Bijvoeglijke bijzin Bijwoordelijke bijzin van oorzaak
In 'De man met de hoed liep voorbij' is 'met de hoed' een:
Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Indirect object Lijdend voorwerp
Welke zin bevat een zelfstandig gebruikte bijzin?
Wat hij zegt is waar Hij zegt dat het waar is De man die daar staat Hij komt omdat hij moet
Welke zin heeft een betrekkelijk voornaamwoord als onderwerp van de bijzin?
De auto die daar staat is nieuw Ik weet dat hij komt Hij komt omdat hij moet Waar hij woont weet ik niet
In welke zin is 'burgemeester' een naamwoordelijk deel van het gezegde?
Hij wordt burgemeester De burgemeester komt Hij ontmoet de burgemeester De nieuwe burgemeester spreekt
Maak een zinsontleding speurtocht voor 17-18 jaar
Wat is de functie van 'heel snel' in de zin 'Hij reed heel snel naar huis'?
Bijwoordelijke bepaling van wijze Bijwoordelijke bepaling van tijd Bijwoordelijke bepaling van plaats Bijvoeglijke bepaling
In 'Des avonds leest hij altijd' is 'des avonds' een:
Bijwoordelijke bepaling van tijd Bijwoordelijke bepaling van plaats Onderwerp Lijdend voorwerp
In 'Naar school gaan vind ik leuk' is 'naar school gaan' een:
Gesubstantiveerde infinitief Bijwoordelijke bepaling Bijvoeglijke bepaling Gezegde
In welke zin staat een reflexief werkwoord?
Hij wast zich Hij wast de auto Hij wordt gewassen Hij heeft gewassen
Wat voor zin is: 'Loop niet zo hard!'?
Mededelende zin Vragende zin Gebiedende zin Uitroepende zin
In welke zin staat een tegenwoordig deelwoord?
Zingend liep zij naar huis Zij heeft gezongen Zij zingt mooi Het gezongen lied was mooi
Wat is 'boven de wolken' in 'Het vliegtuig vliegt boven de wolken'?
Bijwoordelijke bepaling van plaats Lijdend voorwerp Naamwoordelijk deel Bijvoeglijke bepaling
Welke zinsdelen vormen samen het gezegde in de zin 'Hij zou de brief eigenlijk al gisteren hebben moeten versturen'?
zou - hebben moeten versturen zou - hebben moeten zou - versturen hebben moeten versturen
Maak een zinsontleding speurtocht voor 18+ jaar

Hoe werkt het?

1

Maak speurtocht

Kies een categorie, leeftijd en locatie. Selecteer uit 534.072 vragen in 21 categorieen en maak binnen een minuut een complete speurtocht.

2

Deel speurtocht

Deel de speurtocht via een link of QR-code met vrienden, leerlingen of collega's.

3

Doe de speurtocht

Open de speurtocht op je telefoon, volg de route en beantwoord de vragen onderweg.

Maak je eigen speurtocht

Binnen een minuut een complete GPS-speurtocht met vragen en antwoorden. Gratis!

Gratis aanmelden

Andere Taal onderwerpen

Veelgestelde vragen

Een Zinsontleding speurtocht is een GPS-gestuurde buitenactiviteit met quizvragen over het onderwerp Zinsontleding, onderdeel van het thema Taal. Je loopt een route langs verschillende locaties en beantwoordt onderweg leuke vragen.

Er zijn 1512 vragen beschikbaar over Zinsontleding: 1512 meerkeuze vragen, 0 open vragen en 0 opdrachten. In totaal heeft de categorie Taal meer dan 37831 vragen.

Er zijn Zinsontleding vragen voor alle leeftijden: van 3-5 jaar (kleuters) tot 20+ (volwassenen). De vragen worden automatisch aangepast aan het gekozen niveau.

Ga naar oppatt.io, maak een gratis account aan, kies het thema Taal en selecteer Zinsontleding als onderwerp. Kies een leeftijdscategorie en locatie, en je hebt binnen een minuut een complete speurtocht.