Acht opdrachten die je binnen een uur speelt met een groep van vier tot twaalf kinderen. Je maakt de route zelf op oppatt.io en zet de posten in je eigen buurt.
Een speurtocht past goed bij een kinderfeestje omdat kinderen buiten bezig zijn, samenwerken in een groepje en zelf de weg zoeken zonder dat jij overal bij hoeft te staan. Je hebt een telefoon per groepje nodig, een route van zes tot acht posten in de buurt en een begeleider per groepje bij kinderen onder de 9. De opdrachten hieronder kun je doen met spullen die je in huis hebt: een kleedje, wat kaartjes, een pen en iets kleins om te verstoppen. Let op drukke wegen bij het uitzetten van de route en kies posten die je vanaf een afstand kunt overzien. Laat het eindpunt samenvallen met het moment van taart of eten, dan heb je een duidelijke afsluiting.
| Groepsgrootte | 4-12 kinderen, in groepjes van 3-4 |
|---|---|
| Duur | 45-90 minuten |
| Leeftijd | 6-12 jaar |
| Waar | in de wijk, een park of speeltuin |
| Voorbereiding | 20-30 minuten |
| Nr. | Opdracht | Zo werkt het |
|---|---|---|
| 1 | Letterjacht | Bij elke post staat één letter op de telefoon. Aan het eind leggen de kinderen de letters in de goede volgorde en vormen ze de plek waar de schat ligt, bijvoorbeeld SCHUUR of BANK. |
| 2 | Tel de dingen | Op de post staat een telvraag over de omgeving: hoeveel lantaarnpalen staan er in deze straat, hoeveel ramen heeft het huis op de hoek. Het antwoord is de code voor de volgende post. |
| 3 | Foto na-doen | Je hebt vooraf een foto gemaakt van een detail op die plek: een putdeksel, een deurbel, een boomstam. De kinderen zoeken het en maken dezelfde foto met hun telefoon. |
| 4 | Natuurverzamelaar | Elk groepje krijgt een boodschappentas en verzamelt onderweg vijf dingen uit een lijst: een blad met punten, een steentje, een veer, iets rood, iets dat ritselt. Bij het eindpunt vergelijken ze. |
| 5 | Stille post | Bij een bankje of onder een boom zit de groep één minuut stil en telt hoeveel verschillende geluiden ze horen. Ze schrijven er drie op en die schrijven ze in het antwoordveld. |
| 6 | Rijmraadsel | De aanwijzing naar de volgende post is een rijmpje van twee regels over een herkenbare plek, zoals 'Ik ben rood en ik sta stil, ik neem je brief mee als je wil'. De kinderen raden de brievenbus en lopen ernaar. |
| 7 | Estafette-opdracht | Op een grasveld of pleintje doet het groepje een korte beweegopdracht: tien keer springen, een rondje om een boom hinkelen, een handstand tegen een muur. De begeleider bevestigt op de telefoon dat het gelukt is. |
| 8 | De schat | Op de laatste post ligt een doos of tas met iets voor iedereen: een zakje snoep, een klein cadeautje of de sleutel van de schuur waar de taart staat. De kinderen vinden hem met de code die ze onderweg verzameld hebben. |