Zet acht opdrachten op de kaart en laat kinderen in groepjes door de buurt lopen. Alles is te doen met een telefoon en wat je toch al in huis hebt.
Halloween valt in de herfstvakantie of net erna, het is vroeg donker en kinderen lopen toch al verkleed door de buurt. Een speurtocht geeft dat rondlopen een doel: een route van punt naar punt met bij elk punt een opdracht op de telefoon. Je hebt één telefoon per groepje nodig, een zaklamp of de lamp van de telefoon en eventueel een oud laken of een pot met snoep als beloning aan het eind. Kies een route van twee tot drie kilometer door straten met verlichting en zonder drukke oversteekplaatsen. Loop de route vooraf zelf in het donker om te controleren of elk punt goed te vinden is en of het GPS-signaal daar werkt.
| Groepsgrootte | 4-15 kinderen, in groepjes van 3-5 |
|---|---|
| Duur | 45-75 minuten |
| Leeftijd | 6-12 jaar |
| Waar | in de eigen wijk, langs verlichte straten |
| Voorbereiding | 30 minuten plus één keer de route lopen |
| Nr. | Opdracht | Zo werkt het |
|---|---|---|
| 1 | Pompoenen tellen | De groep telt alle pompoenen die in een aangewezen straat voor ramen en op stoepen staan. Het aantal is de code die ze invoeren om de volgende locatie vrij te spelen; tel zelf vooraf en houd een marge van één aan. |
| 2 | Spookfoto | Eén kind gaat onder een jas, sjaal of meegenomen laken en poseert als spook bij een lantaarnpaal. De groep maakt een foto met de zaklamp van onderaf gericht en stuurt die in. |
| 3 | Griezelgeluiden | De groep neemt een geluidsfragment op van maximaal twintig seconden met drie verschillende griezelgeluiden: een krakende deur, een huilende wolf en een heksenlach. Alles moet met stem en handen worden gemaakt. |
| 4 | Heksensoep | Bij een plantsoen of onder een boom zoekt de groep vijf ingrediënten voor heksensoep: een eikel, een rood blad, een dennenappel, een steentje en een takje. Ze leggen alles op de grond en fotograferen het. |
| 5 | Nummer van de lantaarnpaal | Elke lantaarnpaal heeft een nummer op een stickertje of plaatje. De groep zoekt de paal die op de kaart is aangewezen en voert het nummer in als code. |
| 6 | Skeletraadsel | De groep beantwoordt een vraag over het skelet: hoeveel botten heeft een volwassen mens? Het antwoord 206 opent de volgende locatie. Voor jongere kinderen vervang je dit door: hoeveel vingers heeft een skelet? |
| 7 | Zombiewandeling | De hele groep loopt tien seconden als zombie over het trottoir, met stijve armen en slepende voeten, terwijl één kind filmt. De video wordt ingestuurd als bewijs. |
| 8 | Spinnenweb zoeken | In oktober hangen er echte spinnenwebben in heggen en tussen hekwerk. De groep zoekt er een, schijnt er met de zaklamp op en maakt een foto waarop het web zichtbaar is. |