Met vallende bladeren, kastanjes en modder heb je buiten alles wat je nodig hebt voor een speurtocht. Zet de opdrachten op GPS-punten en laat de groep zelf de route ontdekken.
In de herfst ligt het materiaal voor een speurtocht al op de grond: bladeren in verschillende kleuren, kastanjes, eikels en dennenappels. Daardoor hoef je weinig mee te nemen en kun je de opdrachten laten draaien om wat de groep onderweg vindt. Een bos, park of een wijk met bomen volstaat als locatie. Neem een tas voor gevonden spullen mee, een paar velletjes papier en een potlood, en eventueel een leeg eierdoosje voor het verzamelen. Let op korte dagen: begin uiterlijk om drie uur zodat je voor de schemering terug bent, en kies een route die ook na regen begaanbaar is.
| Groepsgrootte | 4-15 kinderen |
|---|---|
| Duur | 60-90 minuten |
| Leeftijd | 4-11 jaar |
| Waar | bos, park of wijk met bomen |
| Voorbereiding | 30 minuten plus één keer de route lopen |
| Nr. | Opdracht | Zo werkt het |
|---|---|---|
| 1 | Kleurenpalet van bladeren | De spelers zoeken bladeren in vijf kleuren: groen, geel, oranje, rood en bruin. Ze leggen ze op volgorde van licht naar donker en maken er een foto van als bewijs. |
| 2 | Kastanjes tellen op tijd | Bij een kastanjeboom krijgt de groep twee minuten om zoveel mogelijk kastanjes te verzamelen. Het aantal is de code voor het volgende GPS-punt, of het aantal wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental. |
| 3 | Eierdoos vol vondsten | Elk vakje van een leeg eierdoosje moet gevuld worden met iets anders: een eikel, een dennenappel, een veertje, een steentje, een stukje mos. Wie als eerste alle vakjes vol heeft, kiest de volgende richting. |
| 4 | Paddenstoelen spotten | Op een plek waar paddenstoelen staan tellen de spelers hoeveel verschillende soorten ze zien zonder aan te raken. Ze tekenen de grootste na op papier. |
| 5 | Blad op de stam | De spelers rapen een blad op en zoeken de boom waar het van afkomt. Ze controleren door een blad aan een lage tak te vergelijken en maken een foto van blad en stam samen. |
| 6 | Bladwrijfsel | Leg een blad onder een vel papier en wrijf met een potlood of krijtje over het papier tot de nerven zichtbaar worden. De groep maakt er drie van verschillende bladeren en raadt bij elkaar welk blad het was. |
| 7 | Dennenappel werpen | Teken met een stok een cirkel in het zand of de bladeren. Iedereen gooit drie dennenappels vanaf vijf passen afstand. Het aantal treffers van de hele groep bepaalt hoeveel stappen ze mogen zetten richting het volgende punt. |
| 8 | Herfstgeluiden luisteren | De groep staat één minuut stil met de ogen dicht en telt geluiden: ritselende bladeren, een vogel, een tak die kraakt. Wie de meeste verschillende geluiden noemt, mag de volgende hint voorlezen. |