995.000+ vragen in de database 195 speurtochten beschikbaar Binnen 1 minuut je eigen speurtocht maken Geschikt voor alle leeftijden Altijd gratis - tenzij je als maker een prijs voor deelnemers instelt

Zelf een speurtocht voor het schoolreisje maken

Een speurtocht geeft het schoolreisje een rode draad en houdt groepjes bezig zonder dat begeleiders overal tegelijk hoeven te zijn. Op deze pagina vind je acht opdrachten die je meteen kunt gebruiken en een aanpak die werkt voor een hele klas.

Gratis, geen account nodig om te beginnen.

Op een schoolreisje wil je dat kinderen bezig zijn, samenwerken en niet als een kudde achter de leerkracht aanlopen. Een GPS-speurtocht lost dat op: elk groepje loopt zijn eigen route en krijgt op vaste punten een opdracht. Je hebt een telefoon per groepje nodig, een gebied met duidelijke grenzen en zo'n 30 tot 45 minuten voorbereiding om de punten uit te zetten en de opdrachten in te vullen. Let bij het kiezen van de locatie op verkeer, water en plekken waar groepjes elkaar kwijt kunnen raken. Houd de opdrachten kort, zodat een groepje van zes er in twee tot drie minuten doorheen is en de tocht binnen anderhalf uur klaar is.

In het kort

In het kort
Groepsgrootte groepjes van 4-6, hele klas tegelijk
Duur 60-90 minuten
Leeftijd 6-12 jaar
Waar park, bos, strand of terrein van de bestemming
Voorbereiding 30-45 minuten

Opdrachten die je direct kunt gebruiken

Opdrachten die je direct kunt gebruiken
Nr. Opdracht Zo werkt het
1 Groepsfoto met een voorwaarde Het groepje maakt een foto waarop iedereen staat én iets rood te zien is dat ze ter plekke hebben gevonden. De begeleider mag niet op de foto, dus een kind moet de telefoon bedienen.
2 Tel de bankjes Tussen dit punt en het volgende telt het groepje alle bankjes, lantaarnpalen of prullenbakken. Bij het volgende punt vullen ze het aantal in; jij hebt het juiste getal vooraf geteld of geschat op de kaart.
3 Vijf verschillende bladeren Zoek binnen drie minuten vijf bladeren die duidelijk van elkaar verschillen en leg ze op een rij op de grond voor een foto. Werkt in elk park of bos, ook in het najaar.
4 Menselijke letter Het groepje vormt met hun lichamen op de grond de eerste letter van de schoolnaam. Een kind maakt de foto van bovenaf, bijvoorbeeld staand op een bankje.
5 Eén minuut stil Iedereen zwijgt een minuut en luistert. Daarna noteert het groepje vijf verschillende geluiden die ze hebben gehoord, zoals een vogel, verkeer of een andere klas.
6 Vraag over het informatiebord Zet het punt bij een bord, plaquette of naambordje en stel een vraag waarvan het antwoord erop staat, zoals een jaartal of een naam. Kinderen moeten dus echt lezen in plaats van gokken.
7 Tien keer springen op film Het hele groepje springt tegelijk tien keer op de plek terwijl één kind filmt. Het filmpje is het bewijs; de opdracht zorgt voor beweging na een stuk lopen.
8 Schat je stappen Voor ze vertrekken schat het groepje hoeveel stappen het is naar het volgende punt. Onderweg tellen ze mee; bij aankomst vullen ze in hoe dicht de schatting zat.

Tips voor onderweg

Laat groepjes in verschillende volgorde starten zodat ze niet achter elkaar aanlopen en de opdrachten van anderen zien.
Nummer de groepjes en zet dat nummer in de naam van de tocht, dan weet je bij het uitlezen van foto's meteen welk groepje wat heeft gedaan.
Neem een oplader of powerbank mee per twee groepjes; GPS en camera trekken de batterij van een telefoon binnen een uur flink leeg.
Zet het laatste punt op de plek waar je toch al samenkomt voor de lunch of de bus, dan hoef je niemand op te halen.
Test de tocht een dag eerder op de speelplaats van school door de punten tijdelijk dicht bij elkaar te zetten, zo zie je of alle opdrachten goed laden.

Veelgestelde vragen

Maak groepjes van vier tot zes kinderen en laat ze de route in verschillende volgorde lopen, zodat niet iedereen tegelijk bij dezelfde punt staat. Bij oppatt.io kun je dezelfde tocht meerdere keren starten met een andere startlocatie. Zet per groepje minimaal één kind met een telefoon en een ouder of leerkracht als begeleider.

Ja, één telefoon per groepje is genoeg. Laat de begeleider de telefoon dragen of kies per groepje een kind uit de bovenbouw dat toestemming van ouders heeft. Wissel het navigeren af zodat meer kinderen aan de beurt komen.

Dat is aan te raden als je opdrachten koppelt aan concrete plekken zoals een informatiebord of een bankje. Kun je niet vooraf langs, gebruik dan opdrachten die overal werken, zoals tellen, verzamelen of een foto maken. Controleer op de kaart wel of er geen drukke wegen tussen de punten liggen.

Spreek een vast eindpunt en eindtijd af en geef elke begeleider het telefoonnummer van de leerkracht. Laat groepjes bij elke opdracht een foto maken, dan zie je achteraf waar ze zijn geweest. Kies een gebied met duidelijke grenzen, zoals een park met hekken of een afgebakend bosgedeelte.

Kort de route in en kies opdrachten die ook onder een afdak of in een bezoekerscentrum kunnen, zoals raadsels en tel-opdrachten. Vraag kinderen regenkleding mee te nemen in de informatiebrief. Een telefoon in een boterhamzakje blijft goed te bedienen en droog.

Reken op één volwassene per groepje van vier tot zes kinderen voor de onderbouw. Voor groep 7 en 8 kan één begeleider twee groepjes op afstand volgen als het gebied overzichtelijk is. Zorg dat er altijd iemand bij het eindpunt blijft.

Andere thema's